|
Beeldhouwen is meer dan steenkappen alleen. Als we kijken
naar de diversiteit van beeldend werk doorheen de geschiedenis, van Rodin,
Henry Moore, Brancusi, Louise Bourgeois en Panamarenko ontdek je hoeveel
er mogelijk is, zowel vormelijk, technisch als inhoudelijk!
Via het boetseren/studeren naar klassieke plaasteren voorbeelden (portret
en voet) in het eerste jaar en levend model in de volgende jaren zal de
leerling een goed waarnemingsvermogen ontwikkelen. Basisvaardigheden waaronder
kennis van materiaal en techniek, alsook kennis van de belangrijkste beeldaspecten:
vorm ruimte, verhoudingingen, evenwicht, harmonie, compositie
komen
aan bod.
Deze basisvaardigheden zijn noodzakelijk om in de hogere jaren tot een
meer persoonlijke interpretatie en verdieping te kunnen komen. De nadruk
ligt dan meer op de persoonlijke interpretatie, beweging en compositie.
Het proces, het experiment en de creativiteit worden gestimuleerd. Begrippen
als abstractie en interpretatie worden verduidelijkt.
Het is de bedoeling dat de leerling tegen het vierde jaar een eigen vormentaal
heeft ontwikkeld waardoor hij/zij eigen persoonlijke beelden kan creëren.
Zowel traditionele als hedendaagse materialen en technieken worden gebruikt.
Je kan opbouwend werken met klei, gips, ijzer, was, karton,... Je kan
ook weghalen door te kappen in steen en hout of te snijden in isolatiemateriaal.
Ook lassen, assemblage, ready made,... komen aan bod. Door het aanleren
van moulage-technieken kan de leerling eigen beeldhouwwerk reproduceren.
|
 |
 |